Home Nieuws Milieudelicten en fraude voldoende voor telefoontap

Milieudelicten en fraude voldoende voor telefoontap

Bron: Hof Arnhem 3 mei 2011, LJNBT6876 (8 december 2011)

Verdachte werd verdacht van het in strijd met de vergunning opslaan van kalkslib en houtsnippers, naast meststoffen, op een niet vloeistofdichte vloer en bovendien werd hij verdacht van het vervalsen van een groot aantal vervoersbewijzen dierlijke meststoffen. De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het bevel als bedoeld in artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering (telefoontap) niet had mogen worden afgegeven. Voor het afgeven van een dergelijk bevel is vereist dat sprake is van een verdenking van een misdrijf dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Hiervan was in het onderhavige geval geen sprake, aldus de raadsman, zodat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. De tapgesprekken dienen daarom -gelet op artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering- (primair) uitgesloten te worden van het bewijs, hetgeen eveneens geldt voor de daaruit voortgekomen resultaten. Het Hof denkt er anders over: uit de goed onderbouwde aanvraag voor een telefoontap blijkt dat verdachte verdacht werd van valsheid in geschrifte en milieudelicten en dat het ging om misdrijven die ernstige inbreuken op de rechtsorde opleveren.

Verder komt de vraag aan de orde of het kalkslib dat door verdachte werd opgemengd met meststoffen en vervolgens werd verkocht voor nuttige toepassing als compost als afvalstof gekwalificeerd kan worden. Het Hof beantwoord deze vraag bevestigend:

In de onderhavige zaak is gebleken dat [naam BV] tegen betaling filteraid slib liet afvoeren naar verdachte. Gelet hierop is het hof van oordeel dat [naam BV] zich van de filteraid wilde ontdoen. Het bij verdachte aangetroffen filteraid slib is derhalve te duiden als een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

Het hof merkt nog op dat afvalstoffen weliswaar nuttig kunnen worden toegepast, waardoor de stof het karakter van afvalstof kan verliezen maar, daargelaten of de onderhavige gestelde beoogde toepassing (compostering) als zodanig is te duiden, staat naar het oordeel van het hof niet vast dat in casu van die beoogde toepassing in feite inderdaad sprake was.

Meer informatie

Concept en realisatie: United Knowledge